Weinig sectoren binnen de zeevruchtenindustrie zijn zo snel opgeschaald als de mosselaquacultuur. De wereldwijde productie bedraagt inmiddels meer dan twee miljoen ton per jaar. China mag dan koploper zijn wat de totale productie betreft, Chili veroverde een stevige positie als ’s werelds belangrijkste exporteur.
In de vroege jaren negentig was de mosselkweek in Chili nog een kleinschalige ambachtelijke activiteit, maar tegen 2021 was de productie al opgelopen tot een indrukwekkende 450.000 ton. Hoewel de volumes sinds die piek duidelijk zijn teruggevallen, worden de oogstvolumes voor 2025 nog altijd geraamd op 320.000 tot 330.000 ton. De sector zorgt bovendien voor zo’n 17.000 jobs en vormt een belangrijke pijler van de kusteconomie in de regio Los Lagos, vooral rond het eiland Chiloé.
Dit gebied profiteert van de koude, voedselrijke wateren van de Humboldtstroom, de aanwezigheid van beschutte fjorden, een beperkte industriële druk en de natuurlijke beschikbaarheid van mosselzaad. Dit zijn de ideale groeiomstandigheden voor Chileense mosselen (Mytilus chilensis), die lokaal choritos worden genoemd.
Het kweekproces
In tegenstelling tot de meeste vormen van aquacultuur, die afhankelijk zijn van jonge dieren uit kwekerijen, steunt de Chileense mosselkweek grotendeels op de invang van wilde, juveniele mosselen, ook wel mosselzaad of spat genoemd. Deze minuscule weekdieren hechten zich aan fijnmazige netten die in specifieke zones worden uitgezet. Vervolgens worden ze op touwen geplaatst die hangen aan drijvende beuglijnen, ook bekend als longlines, waar de mosselen in verschillende kustzones verder uitgroeien. In totaal is momenteel bijna 12.000 hectare Chileense wateren bestemd voor de kweek van tweekleppige weekdieren.
Hoewel de natuurlijke invang van mosselzaad de voorbije 40 jaar ruimschoots volstond om de sterke groei van de Chileense mosselkweek te ondersteunen, maakt deze methode de sector ook kwetsbaar voor klimaatschommelingen en tekorten aan mosselzaad. Daarom gaan er stemmen op om specifieke mosselbroederijen op te richten om de sector beter te beschermen. Voorlopig staan deze initiatieven echter nog in hun kinderschoenen.
Tijdens de groeifase voeden mosselen zich uitsluitend met natuurlijk plankton, dat ze uit zeewater filteren. Het feit dat er geen bijkomende voeding nodig is, is een van de redenen waarom mosselen als bijzonder duurzame zeevruchten worden beschouwd. Na 12 tot 18 maanden bereiken de mosselen een gewicht van circa 14-20 gram per stuk en zijn ze klaar voor de oogst.
Internationaal in trek
Omdat Chili meer dan 90 procent van zijn mosselen exporteert, wordt slechts een klein deel ervan vers verkocht. In plaats daarvan worden de mosselen na de oogst meestal gestoomd of gekookt. Daarna worden ze onderverdeeld in drie hoofdproductvormen: mosselvlees, halve schelp en hele schelp. Binnen deze categorieën wordt het vlees gesorteerd volgens grootte, van grotere maten (100/200 stuks per kg) tot kleinere sorteringen (500/800 stuks per kg). Daarnaast wint individueel snelvriezen (IQF) steeds meer aan populariteit als alternatief voor stomen of koken.
Van deze export gaat ongeveer de helft naar Europa, waar Frankrijk, Italië en Spanje de belangrijkste markten vormen. Azië en Noord-Amerika zijn de twee andere grote exportbestemmingen. Europa zal waarschijnlijk Chili’s belangrijkste afzetmarkt blijven, zowel door de populariteit van mosselen in deze regio als door de geleidelijke terugval van Spanje als grootste mosselproducent van het continent.
Pittman Seafoods is een van de belangrijkste leveranciers voor de EU-markt en voert via zijn eigen kwaliteitsteam, in samenwerking met Omega C-Foods strikte kwaliteitscontroles uit op zijn mosselen uit Chili. Elke lading wordt vóór vertrek gecontroleerd op onder meer maatsortering en afwezigheid van vreemde voorwerpen. Gedetailleerde inspectieverslagen en persoonlijke bezoeken aan leveranciers ondersteunen deze controles.
Een blik op de toekomst
De wereldwijde vraag naar mosselen blijft groeien en overstijgt momenteel zelfs het aanbod, wat ertoe heeft geleid dat de prijzen voor Chileense mosselen met maar liefst 100% zijn gestegen. Gezien de uitgestrekte kustlijn in Zuid-Chili beschikt de sector over nog heel wat uitbreidingspotentieel, althans vanuit geografisch oogpunt. Toch wordt de groei momenteel afgeremd door verschillende factoren. Niet alleen is de invang van mosselzaad grillig, ook de beschikbaarheid van nieuwe kweekconcessies is beperkt. Daarnaast wordt de milieuregelgeving in de regio steeds strenger en blijven zowel de arbeids- als de productiekosten stijgen.
Als Chili de sector een duwtje in de rug wil geven, zijn er enkele belangrijke voorwaarden. Zo moet de efficiëntie omhoog en zouden meer bedrijven de geavanceerde technieken en technologieën moeten overnemen die in de Nieuw-Zeelandse sector voor groenlipmosselen zijn ontwikkeld. Verder zijn een stabielere aanvoer van mosselzaad, politieke ondersteuning en meer binnenlandse waardetoevoegende verwerking vóór export cruciaal.
Tegelijkertijd zijn er ook kansen om de markt verder uit te breiden, onder meer door de duurzaamheid van de sector sterker te benadrukken. Weinig zeevruchten kunnen immers concurreren met mosselen wat betreft hun lage koolstofvoetafdruk, het feit dat ze geen extra voeding nodig hebben en hun vermogen om via hun filtervoedingsproces de waterkwaliteit te verbeteren.
Ongeveer 20 tot 25 procent van de Chileense productie draagt inmiddels een certificaat van de Aquaculture Stewardship Council (ASC). Kwekers melden een bijzonder sterke vraag naar gecertificeerde mosselen, wat erop wijst dat deze trend zich verder zal doorzetten. Of zoals Gilles Evrard (foto) van het aankoopteam van Pittman toelicht: “Mosselvlees met een ASC-label komt van kwekerijen die voldoen aan strikte vereisten op het vlak van duurzaamheid, milieu-impact en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat omvat onder meer gecontroleerde waterkwaliteit, respect voor het ecosysteem en correcte arbeidsomstandigheden. Omdat de vraag naar ASC-producten blijft stijgen terwijl het aanbod beperkter blijft, zien we momenteel nog altijd tekorten op de markt.”
Conclusie
Door zijn natuurlijke voordelen te combineren met een industriële schaal en een sterk exportgerichte strategie heeft Chili zich ontwikkeld tot een wereldspeler van formaat binnen de internationale mosselhandel. Voor importeurs, verwerkers en retailers blijft Chileens mosselvlees een betrouwbaar, duurzaam en competitief basisproduct. Experts verwachten bovendien dat het seizoen van 2026 opnieuw zal aantrekken tot een niveau tussen de 350.000 en 400.000 ton.
Om de toekomst van de sector op lange termijn veilig te stellen, zal de industrie echter efficiënter moeten worden, meer politieke steun moeten krijgen en de vraag naar deze bijzonder duurzame zeevruchten verder moeten stimuleren.











Comments